Zoeken Contact Colofon

U bent nu hier:
 Print deze pagina
DVD-animatie 1

Plaatsen totale heupprothese (gecementeerd)
DVD-animatie 2

Plaatsen totale heupprothese (ongecementeerd)

RADAR: Medische hulpmiddelen: checklist voor het gesprek met uw arts


Het consumentenprogramma RADAR (avrotros) maakte een checklist voor iedereen die met een medisch implantaat te maken krijgt. Ook een gewrichtsvervangende prothese is een medisch implantaat. Een ander woord voor ‘heupprothese’ is: ‘heupimplantaat’. Als voor u een heupprothese ter sprake komt als oplossing voor uw klachten kunt u de vragenlijst met uw orthopedisch chirurg doornemen.


Hieronder geeft de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) algemeen geldende antwoorden op de vragen. Deze antwoorden 
sluiten aan op de bestaande wetenschappelijke behandelrichtlijnen. Uw gezondheidssituatie kan anders zijn dan hier is beschreven. Bedenk daarom dat deze Vragen & Antwoorden geen vervanging zijn voor een consult bij de orthopedisch chirurg of de huisarts.

Bron
De website van RADAR:
www.radartv.nl/consumentenhulp/hulp-bij/detail/article/medische-hulpmiddelen-checklist-voor-het-gesprek-met-je-arts/

Informatie vanuit de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) op internet:
www.mijnheupprothese.nl
www.zorgvoorbeweging.nl/lichaamsdelen/heup -> knop [Prothese]
www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging -> films en animaties over het plaatsen van totale heupprothesen.

Zie ook:
www.lroi.nl, de website van de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI)
www.richtlijnendatabase.nl: hier vindt u de behandelrichtlijnen.

1. Kan deze operatie ook gedaan worden zonder een implantaat te gebruiken?
Een heupprothese komt pas in beeld als andere behandelingen niet het gewenste resultaat geven. Deze andere behandelingen zijn bijvoorbeeld:

  • fysiotherapie om de spieren te versterken en om het heupgewricht zo goed mogelijk te ontlasten,
  • als sprake is van een ontsteking: een behandeling om deze ontsteking te stoppen,
  • aanpassingen in de eigen leefstijl, zoals meer bewegen en/of afvallen.

Uw orthopedisch chirurg bespreekt met u welke mogelijkheden voor uw situatie geschikt zijn.

Informatie over de indicaties voor een heupprothese:
Een heupprothese wordt geplaatst wanneer het eigen heupgewricht niet goed meer functioneert en de kwaliteit van leven daardoor is afgenomen. Veel voorkomende klachten zijn:

  • pijn,
  • stijver worden van het heupgewricht,
  • minder goed kunnen lopen en staan,
  • combinaties van deze klachten.


In verreweg de meeste gevallen functioneert het heupgewricht niet meer goed door artrose, dat is kraakbeenslijtage in het gewricht. Meestal ontstaat deze slijtage met het stijgen van de leeftijd, soms treedt slijtage al veel eerder op.


Oorzaken van zo’n vroege slijtage kunnen zijn:

  • een gestoorde ontwikkeling van de heup,
  • een ziekte of
  • een ongeval.


Daarnaast kent u waarschijnlijk reuma als aandoening die gewrichtsschade kan geven, maar er zijn ook andere, meer zeldzame aandoeningen. Bij een ongeval kan een botbreuk van het heupgewricht ervoor zorgen dat het gewricht niet meer goed functioneert.


Enkele minder vaak voorkomende redenen om een heupprothese te plaatsen zijn:

  • een aangeboren afwijking van de heup die op latere leeftijd problemen geeft,
  • het afsterven van de heupkop (soms door een letsel, als bijwerking van medicijnen of zonder bekende oorzaak),
  • botkanker of een uitzaaiing van kanker in het heupbot.


Er zijn ook zogenoemde ‘contra-indicaties’: redenen om geen heupprothese te plaatsen:

  • Een infectie in of rond de heup.
  • Relatief jonge leeftijd. Een heupprothese heeft namelijk geen oneindige levensduur. Daarom overlegt de orthopedisch chirurg met relatief jonge mensen zorgvuldig over de beste oplossing op korte en op lange termijn. Want als een prothese op een gegeven moment moet worden vervangen, is dat lastiger dan het plaatsen van de eerste. En het resultaat is minder goed.


Uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) blijkt dat in 2014 de redenen voor een heupprothese waren:

  • 87% artrose
  • 13% anders: gebroken heup, afsterven van de heupkop (osteonecrose), aangeboren heupdysplasie, door eerdere fracturen.


Informatie vanuit de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) op internet:

www.mijnheupprothese.nl
www.zorgvoorbeweging.nl/lichaamsdelen/heup -> knop [Prothese]
www.youtube.com/user/zorgvoorbeweging -> films en animaties over het plaatsen van knieprothesen en van totale heupprothesen.

Zie ook:
www.lroi.nl, de website van de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI)
www.richtlijnendatabase.nl: hier vindt u de behandelrichtlijnen.

2. Wat zijn de bekende bijwerkingen?

Ondanks alle zorg rondom de operatie kunnen er soms complicaties optreden.
Bij de heupprothese geldt:

  • De kop van de kunstheup kan uit de kom schieten. De kans hierop is de eerste drie maanden na de operatie het grootst. Houdt u zich daarom goed aan de instructies van de fysiotherapeut.
  • Er kan sprake zijn van een verschil in beenlengte.
  • Zenuwbeschadiging (verlamming van het been) kan optreden.
  • De heupprothese kan na langere tijd loslaten.
  • Er bestaat kans op infectie van de prothese of het gebied eromheen.
  • Nabloeding van de wond kan optreden.
  • Er is kans op trombose. Om dit te voorkomen, krijgt u na de operatie nog enige weken bloedverdunnende middelen.
  • Als de wond onrustig is, bijvoorbeeld erg zeer doet, warm aanvoelt, ‘klopt’ of opzet, neem dan snel contact op met uw orthopedisch chirurg.
  • Als u ergens op of in uw lichaam een infectie heeft, vooral aan het been van de heupprothese, wees dan alert op veranderingen. Als het gewricht of de wond anders voelt, pijnlijker wordt, er anders uit gaat zien of als u het niet vertrouwt, neem dan direct contact op met uw behandelend arts of uw huisarts.


Roken vergroot de kans op complicaties bij het herstel. Zelfs wie tijdelijk stopt (van minimaal 4 weken voor de operatie tot ten minste 4 weken na de operatie), halveert die kans. Meer informatie hierover leest u in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015 (pagina 58). Uw orthopedisch chirurg kan u ook meer informatie geven.


Als een heupprothese niet naar wens functioneert, overlegt de orthopedisch chirurg met u de mogelijkheden. Vaak biedt een nieuwe operatie een oplossing. Zo’n nieuwe operatie heet een 'hersteloperatie' of een ‘revisieoperatie’. Bij een hersteloperatie worden één of meerdere onderdelen van de heupprothese vervangen, toegevoegd of verwijderd. Van elke 100 patiënten blijkt bij 1 of 2 patiënten (1,4%) een hersteloperatie nodig in het eerste jaar dat zij de prothese hebben. Dat is bekend uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI).


In 25% van deze gevallen is de gehele heupprothese vervangen.
Bij 67% van de operaties was het een gedeeltelijke revisie waarbij één of meerdere onderdelen zijn vervangen:

  • heupkop
  • heupsteel
  • heupkom
  • plastic lager in de heupkom.


Zie www.mijnheupprothese.nl/complicaties

Zie ook www.lroi.nl, de website van de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI)

3. Wat zijn de langetermijneffecten?
Bij heel veel mensen met een heupprothese is hun situatie na de operatie veel beter dan daarvoor. Bij veel van hen is de pijn verdwenen. Maar daarvoor is geen garantie te geven. Een deel van de pijn kan blijven bestaan. Ook de ingreep kan in zeldzame gevallen blijvende pijnklachten geven, bijvoorbeeld door de vorming van littekenweefsel.

Wat u van de ingreep mag verwachten, is voor een groot deel afhankelijk van uw wensen: lange afstanden hardlopen met een heupprothese is voor heel veel mensen niet haalbaar, langeafstandsfietsen wellicht wel.

Zo is ook geen algemeen antwoord te geven op de vraag of u uw beroep kunt blijven uitoefenen. Hierover staat een artikel in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015, pagina 16.

Overigens: naar de (langetermijn)effecten van een heupvervangende operatie doet de orthopedie onderzoek. Voorafgaand aan en een paar keer na de ingreep kunt u een vragenlijst krijgen. Meer informatie hierover leest u hier: www.lroi.nl/nl/patienteninformatie/vragenlijsten

4. Kan ik pijn of ander ongemak verwachten na de operatie, en zo ja, hoe lang zal dat aanhouden?    
Bij heel veel mensen met een heupprothese is hun situatie na de operatie veel beter dan daarvoor. Bij veel van hen is de pijn verdwenen. Maar daarvoor is geen garantie te geven. Een deel van de pijn kan blijven bestaan. Ook de ingreep kan in zeldzame gevallen blijvende pijnklachten geven, bijvoorbeeld door de vorming van littekenweefsel.

5. Wat zijn de ervaringen met dit implantaat en waar kan ik die ervaringen terugvinden?
De NOV heeft een indeling gemaakt van de heupprothesen die in Nederland beschikbaar zijn. Hierbij zijn de heupprothesen in drie categorieën verdeeld, namelijk categorie 1A, 1B en 2. Bij het indelen van de heupprothesen in deze drie categorieën (1A, 1B en 2) maakt de NOV gebruik van de uitgangspunten van de richtlijnen van de internationaal erkende NICE-criteria (National Institute for Health and Clinical Excellence) van de National Health Service van het Verenigd Koninkrijk.

De indeling in drie categorieën is gedaan op basis van het langetermijnresultaat van een heupprothese.
Die langetermijnresultaten zijn bekend vanuit wetenschappelijk onderzoek en/of vanuit registers die in sommige landen worden bijgehouden over welke prothesen zijn geplaatst en met welk resultaat. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Zweden, Australië, Nieuw Zeeland en in Nederland.

Het langetermijnresultaat houdt in dat voor elke heupprothese wordt gekeken naar het revisiepercentage in de jaren na de operatie. Het revisiepercentage geeft aan welk percentage van de geplaatste heupprothesen in een periode van bijvoorbeeld 10 jaar een revisie nodig had. Bij een revisieoperatie worden één of meerdere onderdelen van de heupprothese vervangen, toegevoegd of verwijderd. Een op dit moment aanvaardbaar revisiepercentage is niet meer dan 1% per jaar na de operatie. Het standpunt van de NOV is dat innovatie nodig zal blijven om de resultaten nog verder te verbeteren.

NB. Onderstaande tekst is een verkorte en vereenvoudigde weergave van het oorspronkelijke advies. De officiële tekst, inclusief de prothese-indeling per categorie, leest u hier.

Categorie 1A:
Deze categorie omvat heupimplantaten (steel of kom) met een revisiepercentage van gemiddeld 10% of minder na 10 jaar.
Dus: van de heupprothesen in deze categorie is bekend dat na 10 jaar bij minimaal 90% van de patiënten geen nieuwe operatie nodig is geweest.

Categorie 1B:
In deze categorie bevinden zich heupimplantaten (steel of kom) met een revisiepercentage van gemiddeld 5% of minder na 5 jaar.
Dus: van de heupprothesen in deze categorie is bekend dat na 5 jaar bij minimaal 95% van de patiënten geen nieuwe operatie nodig is geweest.
Er is geen reden het gebruik van de implantaten in deze categorie te ontraden.

Categorie 2:
Prothesen die (nog) niet voldoen aan bovengenoemde criteria maar die wel zijn opgenomen in een onderzoek dat is goedgekeurd door de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC), bevinden zich in categorie 2.

Elk jaar een update
Eenmaal per jaar (peildatum 1 november) zal de NOV de indeling zo nodig aanpassen. Zo kan een kom of steel die eerst aan de eisen van categorie 1B voldoet, in de toekomst doorschuiven naar categorie 1A. Ook kunnen nieuwe prothesen dan voldoen aan de eisen van categorie 1B

Innovaties zijn en blijven nodig
Voor de lange termijn is het wenselijk dat heupprothesen zich blijven ontwikkelen. Daarom zijn en blijven de implantaten in categorie 2 van belang. Goede informatie aan en overleg met de patiënt over de implantaat in kwestie en het bijbehorende onderzoek is hierbij erg belangrijk.

Zie www.mijnheupprothese.nl/driecategorieen


6. Kan het implantaat weer verwijderd worden, en welke gevolgen kan dat hebben?
Als een heupprothese niet naar wens functioneert, overlegt de orthopedisch chirurg met u over de mogelijkheden. Vaak biedt een nieuwe operatie een oplossing. Zo’n nieuwe operatie heet een 'hersteloperatie' of een ‘revisieoperatie’. Bij een hersteloperatie worden één of meerdere onderdelen van de heupprothese vervangen, toegevoegd of verwijderd. Van elke 100 patiënten blijkt bij 1 of 2 patiënten (1,4%) een hersteloperatie nodig in het eerste jaar dat zij de prothese hebben. Dat is bekend uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI).

In 25% van deze gevallen is de gehele heupprothese vervangen.
Bij 67% van de operaties was het een gedeeltelijke revisie waarbij één of meerdere onderdelen zijn vervangen:

  • heupkop
  • heupsteel
  • heupkom
  • plastic lager in de heupkom.

Het komt voor dat de orthopedisch chirurg en de patiënt besluiten een heupprothese te verwijderen zónder dat er een nieuwe heupprothese voor terugkomt. Dit heet een ‘Girdlestone situatie’ (vernoemd naar de Britse professor Gathorne Robert Girdlestone, 1881-1950).
Deze situatie is tijdelijk als er sprake is van een infectie bij de heupprothese. De prothese wordt verwijderd en wanneer de infectie is verdwenen, plaatst de orthopedisch chirurg een nieuwe heupprothese.
De situatie is blijvend als de heupprothese moet worden vervangen terwijl de kwaliteit van het bot niet goed genoeg is om een nieuwe heupprothese te plaatsen. Er kan ook geen nieuwe heupprothese geplaatst worden als de gezondheid van de patiënt dit niet toelaat.
Mensen die een dergelijke Girdlestone-heup hebben, zijn minder mobiel. Het been zonder heupgewricht is meestal korter; een schoen met dikkere zool compenseert dat verschil in beenlengte. De invloed van de Girdlestone situatie op het dagelijks leven, verschilt per persoon. Dat heeft te maken met hoe fit iemand is, maar bijvoorbeeld ook met de persoonlijke omstandigheden en de leeftijd. Als u te maken krijgt met deze Girdlestone situatie, dan bespreekt uw orthopedisch chirurg dit met u.

Zie www.mijnheupprothese.nl/complicaties


7. Wie is de fabrikant van het implantaat?
De algemene informatie over het implantaat wordt opgenomen in de bijsluiter (zie vraag 16). De unieke informatie, zoals het lotnummer, krijgt u na de operatie mee naar huis.

Naam van het implantaat:

Engelse naam van het implantaat:

Type implantaat:

Lotnummer:                                                                                          

8. Wat zijn de voor- en nadelen van dit implantaat?
Samen met uw orthopedisch chirurg kiest u voor de heupprothese die het beste past bij uw situatie en bij uw wensen.

9. Hoe lang is het implantaat al op de markt?
Deze informatie wordt opgenomen in de bijsluiter (zie vraag 12).

10. Is er een terugroepactie (zogenaamde ‘recall’) van dit implantaat bekend?
Uw orthopedisch chirurg geeft u antwoord op deze vraag.

Ter informatie: als er in Nederland een probleem is met een type heupprothese, dan is de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) daarvan op de hoogte. De fabrikant van de heupprothese neemt de benodigde maatregelen, samen met de Nederlandse ziekenhuizen en de orthopedisch chirurgen. De ziekenhuizen informeren de betrokken patiënten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg laat weten: fabrikanten zijn volgens Europese wetgeving verplicht mogelijke problemen met een prothese te melden bij de autoriteiten.

11. Zijn er waarschuwingen over dit implantaat bekend (bijvoorbeeld van de Food and Drug Administration (FDA), de Amerikaanse toezichthouder)?
Uw orthopedisch chirurg geeft u antwoord op deze vraag.

Ter informatie: als er internationaal een probleem is met een type heupprothese, dan is de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) daarvan op de hoogte. De fabrikant van de heupprothese neemt de benodigde maatregelen, samen met de Nederlandse ziekenhuizen en de orthopedisch chirurgen. De ziekenhuizen informeren de betrokken patiënten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg laat weten: autoriteiten hebben zowel Europees als mondiaal afspraken over het elkaar informeren van mogelijke problemen met een implantaat.

12. Is er een bijsluiter van dit product en mag ik die hebben?
Uw ziekenhuis heeft folders over de ingreep en de behandeling.
Specifieke bijsluiters bij orthopedische implantaten, zoals heupprothesen, zijn in ontwikkeling.